Boomsnoeier

E-mail Afdrukken PDF
Inhoudsopgave
Boomsnoeier
Boom vellen
Boomkappers
Zagerijen
Alle Pagina's

Omdat we nogal wat fruitbomen hadden staan, kwam er regelmatig in de winter een snoeier op bezoek. Dat was een heel evenement dat we dan konden meemaken. Hoewel we steeds van op afstand moesten toekijken. De fruitbomen werden van op de grond ingeknipt en meestal vielen er maar kleine takken naar beneden. Soms zette Tuur Zitter (dat was de snoeier) zijn ladder tussen de takken, en kroop hij naar boven, om er met zijn takkenzaag een dikkere tak uit te zagen. En dan viel die met veel gedruis naar beneden. Dan kroop hij op de takken en met zijn handschaar sneed hij het teveel weg. Het duurde niet lang of de hele boom zag er erg vermagerd uit. De zaagsneden, waar hij een dikke tak had weggesneden, streek hij nadien in met een dikke stroop, om de wonden te beschermen tegen schimmels.
Onder de gepluimde boom lag nu een hoop knippelingen. Omdat dat voor niets goed was, mochten we meehelpen dat samen te brengen op een open plaats. Daarmee hadden we ook iets te doen.

Gereedschap van de boomsnoeierAls er dan enkele bomen gedaan waren mochten we een vuurtje maken. Maar omdat het nog nat hout was, was het eerst meer roken dan branden dat het deed. Nog een gazet of twee werden verfrommeld, en boven het magere vlammetje gestoken. De witte rook verspreidde zich over de ganse boomgaard. We gritsten nog een beetje fijn hout bijeen en wierpen het van verre op de plaats waar een vlammetje trachtte omhoog te klimmen. Het lukte en stilaan kroop er een grotere vlam omhoog. De witte rook verdween en een warme gloed kwam in de plaats. Het werd met vreugde onthaald. We staken onze armen uit, om onze verkleumde handen op te warmen. Het vuur duurde niet lang, en reeds na een klein uurtje was de grote hoop weggesmolten tot enkele takken, die nog wat nasmeulden.
Naast de fruitbomen hadden we nog veel andere sierbomen staan. Tuur bekeek die eens keurend, en waar er een dikke droge tak stond haalde hij zijn sporen uit zijn werkzak. Hij bond die aan zijn benen en op één twee drie, zat hij in den boom, en met behulp van een klimzeel (koord), dat rond den stam lag, kroop hij omhoog. Aan zijn broekband hing, aan den énen kant zijn zaag, en aan den andere kant zijn bijltje. Op de hoogte gekomen, hakte hij met zijn bijltje enkele dunne takken weg en dan begon hij met zijn krom zaagsken, de dikkere tak af te zagen. Plots scheurde de zware tak af, en met veel geritsel en lawaai, kwam hij naar beneden. Hij kroop nog wat hoger, om daar hetzelfde te herhalen. Toen de tak begon te kraken, zetten we het op een lopen, veilig ver weg.
Toen Tuur alle bomen eens onder handen had genomen, zei hij tegen papa, dat die dikke beuk zeer ziek was en dat hij beter afgezaagd zou worden om geen gevaar op te leveren bij een stormweer.