Top

E-mail Afdrukken PDF
Een van de winterspelen was den dop of top. Gemaakt uit zacht lindehout, voorzien van een ijzeren pin, topwerd hij aangedreven met een storekoord.  Aan de koord die niet uitrafelde werd aan het einde eens gelikt en dan op den dop gewikkeld tot aan de bovenste meet. Dan werd de koord die daar een knoop had, tussen de wijs en middenvinger vastgehouden, en met een uitworp op den grond gegooid. De kunst bestond erin deze lang te doen draaien er werd een grote handigheid vereist. Ge kondt bovenarms kappen,  of onderarms wat een verschil gaf aan de draaitijd. Maar bovenarms was gevaarlijker, want als men eens te hard had gelikt, bleef hij soms hangen aan de koord en was dan een gevaar-lijk projectiel. Hoe harder er tegengetrokken werd, des te langer bleef hij draaien, tot hij als een ‘zatte pee’ omviel.
Met een wipje kondt ge uwen dop op uw handpalm laten draaien.
Onderlinge rivaliteit dreef de vaardigheid ten top. Met een speciale punt werd er soms een krijgerspel gespeeld en moest men den anderen zijnen kapot kappen, terwijl hij aan ’t draaien was,  wat soms ook lukte. Tranen als gevolg. Specialisten hadden daarvoor een speciale punt die scherp eindigde.
Maar meestal ging het er vriendschappelijk aan toe en mochten de ruziemakers niet meedoen.