Onthaal De Evolutie Enkele details Opstaan om naar school te gaan

Opstaan om naar school te gaan

E-mail Afdrukken PDF

Toen de wekker afliep in de kamer van onze ouders sliepen we nog rustig door. Mama of papa, in volle nachtgewaad, deed dan de deur tussen onze twee slaapkamers open, die was ‘s nachts steeds dicht. In het halfduister van het oliepitje, benaderde hij of zij  ons en werd de kaars  op het nachttafeltje met een stekje aangestoken. Zo was het wel klaarder. We werden dan met een licht schudden gewekt. Vanonder de dekens  werd er wel een –“Ja” gemurmeld, maar we draaiden ons op ons ander zij, en doken weer diep onder de dekens. We ronkten verder.
Enige minuten later dezelfde ceremonie, maar nu wat harder tot we onze  kop bovenstaken en onze ogen open deden.
Ondertussen was Mama al aangekleed.
De armen werden  lui vanonder de warme dekens getrokken en omhoog gestoken. Als mama dicht in de geburen was, werd er naar gegrabbeld om een klein kusje los te krijgen, wat meestal wel lukte. Bij Pol, die met mij het bed deelde, was het dezelfde serenade, aan zijn kant van het bed. Een beetje rekken langs hier, en dan langs daar, en ja, het lukte, we richtten ons op.
Nog wat gerek en getrek en de eerste voet raakte  moeizaam uit het warme poeleken. Als de voeten de koude planchet raakten, waren we, op slag, echt wakker. Op onze blote voeten en al bibberen wenden we
onze  eerste stappen  naar de nachtemmer, waar we ons water met een straaltje in richtten. Er was op den bodem in het midden een stuksken email weg en dat was het mikpunt. Samen met Pol, die een jaartje ouder was, gingen we dan naar beneden,voor mama, die Lieven, verder slapend, op de arm had. Pol met het veilig beschermde kaarsje voorop. Mama had het oliepitje wel lager gedraaid en dan uitgeblazen.
Het was een lange rij trappen vanuit het tweede naar beneden. Als ik me goed herinner waren er op de eerste trap 14 treden en op deze die naar het tweede verdiep leidde 20.
Naar beneden komen ging later vlugger. (Papa of mama mochten het niet zien). We wipten het rechter been over de leuning, en lieten ons achterwaarts naar beneden glijden. Dit kon omdat de trapleuning ononderbroken van heel boven tot aan het eerste doorliep, ge moest alleen een beetje afremmen in de draai.
In de grote keuken werd dan halt gehouden. Mama trok, in het licht van de kaars, aan het kettingsken, en  floep  het gaslicht was aan. En… we zaten in de klaarte. Lieven werd in zijn wiegsken gelegd, en de moedertaken konden beginnen. Eerst werd het vuur in de cuisinière aangestoken om water voor de koffie te warmen, want dat duurde het langst. Ondertussen werden we geholpen bij het aankleden. Eerst werd de lange tabbaard over de kop gestroopt  en snel door een onderlijveken, in flanel, vervangen. Zo van –“Armen omhoog.” En dan met één ruk, over mijnen dikken kop, waar het even erg spande. Een flanellen onderhemd  in de winter, met een zelfgebreide wollen trui erover. Die knoppen, dat was een peuterwerk, het ging veel beter later  met  die pressions. (drukknopen) Onderbroekjes kenden we toen nog niet, maar wel een warme gebreide broek  met een ronde rekker, meestal zonder pijpen en zonder spriet. Dat was, in geval van nood, ook het snelst omlaag.

Onze kousen deden we zelf aan, soms wel met een hiel gedraaid, gezeten op de stoel voor de cuisinière, alhoewel die stoof nog geen warmte gaf, maar de stoel stond daar nog van de vorige avond. Dan was het tijd om  ons te wassen in het washuis. Toen we klein waren deed mama een beetje warm water in een klein bassinske, bij het koude van de pomp. Ook ons oortjes kregen een beurt, met een crocheerhaak met een natte handdoek errond, werd toen alle vuil uit ons oren gekoterd. En achter de oren kregen we ook een goede wreef.
Ons kapsel kreeg een kambeurt en, o wee, de streuvelige haren. Die werden goed platgedrukt. (  We hadden een bloempot kapsel, om te beginnen, dat was gemakkelijk te onderhouden en ons mama knipte dat zelf bij. Ze had immers een handtondeuse. Alle mannetjes van de geburen hadden een crapouchsken  of een kaalkop, dat was vooral tegen de vlooien en de luizen.).
Kapsels
Tanden poetsen was toen voor ons heel anders. Alles gebeurde met dezelfden handdoek. Ge moest de natte kant even op een stuk wit krijtsteen wrijven, en dan daarmee op uw tanden een beetje over en weer wrijven, tot er een beetje schuim tussen uw lippen kwam en dat dan uitspuwen. Naspoelen, met een slokje water, deed de vuile smaak verdwijnen. Mama en papa hadden boven, op hun lavabo, in een wasbakje, elk een echten tanden borstel. Een tube met tandpasta lag op de marmeren tablet, met ernaast een drinkglas omgekeerd. Of ze het gebruikten weet ik niet.
Aangekleed trokken we naar de zetel in de klein keuken. Ondertussen was de moor gaan zingen en werd er een eerste keer opgegoten. Mama had ook al de boterhammen klaargemaakt en in de schotel klaargelegd.
En Lieven, die sliep verder.
Papa verscheen dan volledig gekleed ten tonele. Hij moest ook naar school, in de Karmelieten, om er tekenles te geven. Aan de tafel in de kleine keuken werd dan gegeten. ’s Morgens was de appetijt nog niet zo groot, maar de boterhammen, waar de gelei door de gaatjes kwam kijken, werden dan toch, met de nodige spoelbeurten, naar binnengewerkt. Met de natten schoteldoek werd dan vakkundig de mond afgewreven en de kleverige handen weer proper gemaakt.
Daar werd ook de Leuvense stoof eerst aangestoken. Na een paar jaar kwam daar een ‘continue’. Eerst werd deze, uit de eetkamer boven, daar gezet, maar na een ‘foire commercial’, waar papa regelmatig jaarlijks naartoe ging, werd dan de ‘Harpagon’ geplaatst. Eigenlijk was dit een ideaal vuur met een systeem van verbranden, dat het maximum warmte haalde uit de kolen. Het gebruikte fijnen antraciet van de maat 5 x 10, die toen zeer goedkoop was. Met een klein koolkannetje van 7 kilo werd de ganse beneden verwarmd.
En van dan af werd de cuisinière ook minder en minder gebruikt.
Goed ingeduffeld in ‘ne pardessus’ (een dikke overjas) gingen we naar buiten. Met zijn moto bracht papa ons naar de peuterklas in Hunnegem.
In de voornoen, als man en kinderen naar school waren, werden eerst de kleinsten verzorgd. In een klein bassinske, op een tafeltje, voor de nu - volle - warmte - gevende stoof, werd hij gewassen. Hij kon dan voort slapen of spelen in zijn park. Het was dan even rustig.
Kwam er even in het park een stilte, dan was hij in slaap gevallen. Snel van de gelegenheid profiteren, om de beddens te maken. De blaffeturen te openen, de vensters open te zetten om te verluchten, dat was het eerste werk. De kopkussens eens opschudden, en dan het laken en de dekens deftig trekken en er de sprei over gooien. In den beginne was het één bed, en er kwam telkens één bij, tot vijf.
Als er ergens een kraantje in het bed had gelekt, werden de lakens voor het venster op een stoel te drogen gehangen. Niet in het venster, want dan zag men dat, van in ’t stad. Dat bed moest dan maar open blijven. zodat het caoutchouen vel ook kon drogen. In de zomer was dat niet erg want het waren katoenen witte lakens. Zonder veel fantasie. Maar in de winter, waren het flanellen lakens, en die dan droog krijgen, was niet gemakkelijk, zodat ze soms direct in de vuilmand belandden, maar zolang de dekens niet echt nat waren, was het nog niet erg. De schuldige werd dan ’s avonds op drankvrij regiem gezet, maar het waren meestal dezelfde. Er was er zelfs één, die de wekker opwond, om op tijd wakker te zijn.
Papa zijn waswater werd in de nachtemmer gekieperd en ‘t ging dan samen mee neer beneden.
En de kleinen, die sliep nog voort.