Onthaal De Evolutie

De Evolutie

Verhalen over hoe het vroeger was, verteld en geïllustreerd door Em. De Cooman uit Appelterre.

Vieruurtje

E-mail Afdrukken PDF
Om vier uur stipt was het den vieruren boterham. Als mama haar kop door de achterdeur stak en eenmaal riep "Eten!", dan was dit het signaal: "onmiddellijk alles laten staan, en direct naar binnen lopen." Even met de voeten op de voetmat trappelen.  De handen kregen een vluchtig schrobben van water, maar oppassen, want er was toch altijd een oude wonde, die moest ontzien worden. De handen werden aan de handdoek afgedroogd, en binnen liep elk  recht naar zijn plaats.
Daar stonden de stapels boterhammen reeds te lonken naar de uitgehongerde bende.
De geleipot ging van hier, naar daar, tot mama hem pakte, om eerst een boterham voor de kleineren klaar te maken.
Hier was weinig afwisseling in het menu, want confituur was zeer geliefd. Er waren ook zoveel soorten, maar onze meest geliefde was de ‘kriekenconfituur’.
"Wat is het verschil nu tussen confituur en gelei?" :  Confituur is gemaakt van het hele fruit, dus, daar zijn brokskens fruit in, zoals krieken en pruimen, en gelei is gemaakt van het sap zoals appel en zeem of stekelbessengelei.
In de tassen werd eerst de boterham gesopt en daarna werd ze leeggedronken en weer volgeschonken in volle stilte.
Als er dan toch één aan tafel gekomen was, die zijn handen niet schoon genoeg waren, moest hij alles laten liggen en eerst de handen grondig wassen. Amaai, als dat dan eens een algemene inspectie uitlokte, dan moesten we, allemaal, eerst terug naar de pomp, en dan, na een ernstige controle, mochten we daarna weer gaan verder eten. Dat kwam zo een paar keer per jaar voor, bijzonderlijk als er sprake was van een epidemie van griep of andere kinderziektes. Eens het eten in de mond, werd er verder gespeeld. Tot het tijd werd voor het avondeten.
 

De verdere avond in de zomer

E-mail Afdrukken PDF
Slapen in de zetelToen we nog heel klein waren, eindigde onzen zwaren dag hier, na het eten. Nogal dikwijls werden we dan uit de zetel geplukt, en half slapend en grommend van ons kleren ontdaan. Het hemd werd van over de kop gestroopt , en dan met veel moeite, werden de verlamde armen in den tabbaard gestoken, en suf weg, naar boven gedragen. Eens we het koude bed genaakten (=voelden), waren we op slag weer klaar wakker, en dan was er toch altijd enen, die naar een verhaaltje zaagde. Maar zelden is het verhaaltje af geraakt, want ze sliepen allemaal. Soms lag er enen luid aan zijnen duim te loederen. De kleinsten moesten nog hun tut hebben of één of ander stuk van een ‘zjoele’ (dat kon een beertje zijn, of simpelweg een handdoek, maar het moest ‘die’ bepaalde zijn). Het licht werd op minimum gezet en mama verdween geruisloos naar beneden.
Maar later, als we ons al groot waanden, maakten we onderscheid tussen de groten en de kleinen. De groten mochten iets langer op blijven, tot het acht uur was! Dat leerden we op de school, als de wijzers  zó en zó stonden. En als het uur daar was, moest er toch altijd enen nog eens gaan pissen, een anderen had nog dorst of honger. Alle strootjes werden uit het dak gehaald, om toch maar een paar minuten langer te kunnen op blijven.
KaartenWat we dan eigenlijk deden?  Wat lummelen in de zetel. Als er iemand op het idee kwam van kaarten, dan kon het soms weken lang, elken avond zijn, dat de kaarten bovengehaald werden. De kleine tafel werd geruimd en onder de lamp geschoven voor de stoof. Ook kwam het damspel eens uit de kast, maar dat was niet zo gemakkelijk. Ganzenspel dat was voor de kleineren. Dan werd er gezeurd en bedrogen, tot er ruzie van kwam. Onverbiddelijk werden we naar ons bed gestuurd.
Als het erg over zijn hout ging werd er wel eens een oorveeg uitgedeeld, en dan was er muziek tot boven, met soms nog eens een uitschieter van :–"’t Was hij die begonnen was!" en weer kwam de huilbui in een hoger toontje. KaartenhuisjeMaar ’t zandmanneken was eindelijk daar, en, na nog wat snikken, viel alles stil. Tot de wekker afliep, om drie uur?, want een olijkerd had dat gedaan, hij moest een plasje maken uit voorzorg. Dan deed de ganse groep dat dan ook maar. Dat er dan ook eens een beetje naast was, hoeft niet te verwonderen. Allen kropen dan terug in hun warm nestje, de benen opgetrokken, en de dekens over de kop.
 

Avond in de winter

E-mail Afdrukken PDF

Als het regende en de regen tegen de vensters gutste dat het er in beekjes afliep, was het bangelijk, maar als het onweerde was het gruwelijk, daar op de flank van den berg. Onophoudend rukte en beukte de wind voelbaar aan het stoere huis. Ik herinner me nog goed: er was onweer op komst. De zwarte wolken dreven van over den berg en bleven schijnbaar ronddraaien, boven de reusachtige bomen in den hof. Er kwam een wind opzetten, die rukte en sleurde aan alles, om te zien of het vast zat. Bij zo een weer sloot papa wijselijk de blaffeturen. Maar toen hij onze blaffetuur wou sluiten, kwam zo een rukwind aanzetten, dat het raam het begaf en met een hoop steengruis tot tegen ons bed terechtkwam. Ons bed stond er op een paar meter vandaan. Hij was gelukkig op zij kunnen springen. In een kleine rustperiode, tussen de razende stoten door, heeft hij de blaffeturen dan toch snel kunnen sluiten, om zo groter onheil te voorkomen. Die nacht zijn we in de logeerkamer op de mansarde gaan slapen. Maar daar was geen draperie in het dakvenster en werden we letterlijk verblind door de snel opeenvolgende bliksemschichten. De hevige donderslagen rammelden het ganse huis door elkaar. Met de dekens over de kop zijn we dan toch, oververmoeid, in slaap gevallen .

 

Hoepelen

E-mail Afdrukken PDF

hoepelenEen van de favoriete spelen was het hoepelen.
Met een lange dunne rechte tak werd er een ronde band gemaakt en die werd dan met een dun koordje goed vast geknoopt. Die lieten we eerst eens bergaf lopen en als het een goede was, die rechtdoor bolde, dan werd hij in gebruik genomen door de jongsten. Zo moesten er eerst meerdere gemaakt worden vooraleer wij eigenlijk en eindelijk konden spelen.
Dan was het van, wie het rapst tot aan het hekken kon. Bergaf ging dat zonder moeite, ge moest uwen band zelfs afremmen om te kunnen volgen. Maar bergop was het zwaarder, ge moest uwen band dan telkens vooruitslaan ,en zien dat hij in de goede richting bleef bollen, en niet omviel, want dan waart ge verloren. De langste benen wonnen gewoonlijk, maar af en toe lieten we eens een kleinen winnen, want anders gingen die binnen gaan zagen, dat ze niet mochten meedoen.


Volgend artikel: Fluitjes
 

Fluitjes

E-mail Afdrukken PDF
Ik wou toch nog eens proberen een fluitje te maken, zoals papa er voor ons had gesneden, en we er nadien met tientallen hebben nagemaakt. We hadden op een talud een vlierbessen struik staan, die leverde ons het geschikte materiaal. Als negen of tienjarigen hadden we een mes uit de keuken weggeritst en konden we met onze experimenten beginnen.
Er werden verschillende takken van de grote struik afgebroken. Maar onhandig als we nog waren gebeurde het. Bij het afsnijden van een eindje hout, schoof het mes uit en… “Aai! “ , weerklonk het, en er verscheen een kleine druppel bloed aan mijn middenvinger. Rap dat eraf zuigen, maar weer was er een druppel en dan angstig naar binnen want het begon erg te pikken en roepen naar mama. Stil kwam ze tevoorschijn, zei niets maar ging met mij naar de klein keuken, onder het fameuze kastje hield ze halt . Ze opende het en nam het gevreesde bruine flesje met ‘teintuur d’jod’ eruit, drenkte een vodje erin en dopte dit dan op mijn middenvinger. Gekerm en geschreeuw en dansen van de prikkelende pijn, was het resultaat. Nog een keer afvegen en het bloeden scheen gestopt. Een stukske verbanddoekje met een beetje zalf kwam op de miniwond terecht, daarover legde ze een doekje, en wond er verschillende keren mijn ongelukkige vinger in. Het eind scheurde ze in twee en knoopte, die eindjes dan samen rond mijn hand.
Een kusje genas, en verloste mij van de pijn. D’ anderen waren mee komen kijken en becommentarieerden het gebeuren. Nadien hebben we eerst niet meer voortgedaan, maar ’s anderdaags konden we ons niet meer houden, en hebben dan met papa’s hulp toch ons fluitje gemaakt.
 


Pagina 3 van 24