Onthaal De Evolutie

De Evolutie

Verhalen over hoe het vroeger was, verteld en geïllustreerd door Em. De Cooman uit Appelterre.

Zeppelin

E-mail Afdrukken PDF

Op een vakantiedag, ik weet niet meer in welk jaar, waren we rustig aan het spelen, toen plots het groot alarm afging: de ganzen kwamen al blazen en met veel vleugelgezwaai tot tegen de tralie aangevlogen. Pie probeerde zelfs op te vliegen van op den talud en de eenden kwamen ook luid taterend aangevlogen. De kiekens met den haan voorop trokken naar de stal toe. Onzen Fanny was luid en vreemd aan het blaffen en allen keken ze naar omhoog en wat zagen we? Zeppelin

Hoog boven de dikke linde zweefde een vreemd ding, een grote sigaar, één zoals papa er alleen maar rookte als er iemand op bezoek was. Ook papa liet zijn werk staan en met mama stonden we te kijken naar de eerste en ook laatste Zeppelin die ooit over onze streek is gevlogen. Een dof geronk kwam uit de twee motoren en het luchtschip vloog statig rechtdoor van over den berg naar de stad. Daar maakte het een groten draai en langzaam keerde het op zijn stappen weer alsof het zich vergist had. Mama vloog naar den telefoon, maar het duurde wel een heel tijdje voor ze verbinding kreeg. Daar waren ze ook naar dit fenomeen aan het kijken in de centrale. Uiteindelijk kon ze haar boodschap dan toch doorgeven, maar de dikke vogel was dan weer gaan vliegen als ze buitenkwam.
Papa gaf ons de uitleg over hoe dat in zijn werk zat dat zo iets kon vliegen. ‘s Anderdaags stond er in de gazet een lang artikel over dit gebeuren.

 

Auto

E-mail Afdrukken PDF

Papa heeft het altijd goed gedaan met dokter Van der Schueren. Deze had als één van de eersten een auto in de stad. Maar op een keer zei hij tegen papa : -“ Wel , Jan,  moet ge nen auto hebben, de mijnen wordt te klein voor mijn huishouden, en zijn huishouden waren  allemaal meiskens. De koop werd besloten en zo geraakte papa aan zijn eersten auto. Citroen 1924Het was een Citroën model 1924, een vier cilinder, decapotable. Hij zoop nafta,  maar die was in die tijd nog goedkoop.
Hij had, geloof ik, al een demareur, wat een groot voordeel was . Hij reed nog goed en kon zelfs 70 km/u halen,  maar als ge op de kassei reedt,  moest ge uw oren stoppen van het lawaai. De eerste rit, die we daarmee gemaakt hebben, was naar Zandbergen.
Het was in de tijd dat de appels rijp waren, zo  had hij dan ook een paar zakken meegenomen. Hij kende de weg zeer goed, want hij deed hem veel met zijnen moto. Maar toen hij in Grimminge op de baan naast het kasteel reed,  is hij op een moment gestopt, en is uitgestapt om te kijken of er soms geen band slap was. Maar nee er ontbrak niets. Hij is dan maar verder gereden. Ze stond in ons geheugen als de slechtste baan gekenmerkt.


Het vuurtje in de auto

Papa heeft veel genieten gehad van dat karreken. Hij had een klein schildersezelken gemaakt en de linkervoorzetel eruit genomen en daar kon hij,  van achter dan, zijn schilderijen maken.  Later heeft hij er zelfs een klein vuurtje in gezet. Dat was aangenamer in de winter, want toen was er nog geen verwarming in de auto’s.
Over een naftevuurtje had hij een systeem gezet, dat alle warmte recupereerde en met een ijzeren schouwke door het dak de vuile lucht afvoerde. Als hij dan op den buiten aan het schilderen was, kwamen de boerkens en de kinderen kijken, naar die schilder vanonder den Oudenberg, met een stoofken in zijnen auto.  Maar hij heeft daardoor veel prachtige winterlandschappen kunnen maken in een warme, zij het maar kleine, werkruimte.

 

Afwassen

E-mail Afdrukken PDF

Toen we nog heel klein waren werd de afwas reeds meer in de arduinen afwasbak gedaan, maar in een emaillen teil.
AfwassenDe vuil jatten en teljoren werden telkens op het kastje naast de afwassteen neergezet op stapelkens. Daarnaast stonden de potten en de pannen. Alles werd opeen gezet om plaats te maken voor het bassinsken.
Het warm water kwam van de moor op de stoof. Daar werd eerst enkele brokken soda bijgedaan, uit het bakje onder de steen, om te smelten in het hete water, en dan werd er koud water bijgedaan tot ge er uw vinger kon in houden. Naarmate de afwas vorderde werd het water kouder zodat er soms warm moest bijgedaan worden. Er werd meerdere malen per dag afgewassen. Afspoelen was er in den beginne niet bij. Maar later kwam er een tweede teil bij met lauw water. De immer natte schoteldoek werd eerst uitgewrongen. Het werk kon beginnen.
Er was een strenge volgorde: eerst werd het glaswerk gewassen en gespoeld, dan volgde het gleiswerk, de borden en de tassen, nu kwamen lepels vorken en messen op hun beurt, waarna de aluminiummen potten en zware pannen de laatste waren.
Alles werd op een rek gezet om af te druipen. De keukenhanddoeken hingen aan een haakje van de hank. Echte lijnwaden handdoeken: wit met rode vierkantjes. Op den tip was een lus om op te hangen.
De oudsten mochten dan afdrogen, en de volgende wegzetten in het onderste deel van de keukenkast. De potten kuiste mama zelf af met de schoteldoek en ze zette ze direct op hun plaats, boven haar kop, op de hanken.

 

Elke dag kuisen

E-mail Afdrukken PDF
DweilenMet de stofvod werd regelmatig, alle dagen, rondgegaan. Een oud hemdeken of een ander stuk flanel werd als stofvod gebruikt. In de klein keuken werd er tot zo hoog als mama kon, alles eens overwreven. De hanken, met al hun potten en pannen, dat was voor de zaterdag, die de kuisdag was.
Elke voormiddag, als de gastjes naar school waren, of, als ze nog sliepen in de vakantie, werd er met de bezem eens rondgegaan. Als het regende, of geregend had, kwam de dweil aan de beurt. In een emmer warm water werd er een ‘klot’ bruine zeep gemengd. Daar werd de witte dikke dweil, met een tricolore streep op, in gedompeld en licht uitgewrongen. Over de ganse vloer werd er eens gewreven, maar op de meest vuile plaatsen bleef ze maar wrijven, tot alles opgelost was. In de anderen emmer stond koud water met een ietwat oudere dweil. Die werd opgevist en half nat over een versleten borstel gegooid en kreeg de vloer een tweede beurt. Nu werd de doek goed uitgespoeld en goed uitgewrongen en kreeg de vloer zijn eindafwerking met de dweil in de hand om overal goed aan te kunnen. De vloeren in de keukens waren van ceramiek en gemakkelijk te onderhouden. Maar deze in het washuis was van blauwe gebakken steen en moest wel een paar keren meer gekuist worden. Hij was ook deze die het meeste vuil te verwerken kreeg.
Onze Fanny had er genoegen in een paar keren per uur binnen en buiten te lopen. Als er een kip te dicht tegen zijn tralie kwam, of het nu regende of niet, hij moest zijn plicht doen en ze wegjagen. Dan kwam hij binnen en met een flinke schudding trachtte hij zich droog te maken, daarna kwam hij bij mama om hem dan met een handdoek te laten droog wrijven. Dat kon hij zo wel enige keren doen totdat de deur eindelijk dicht in het slot ging. De katten kozen dan de serre voor hun uitstapje. Want ze waren bang van water, en als er dan toch een druppel op hen gevallen was, konden ze uren zitten likken en wrijven op hun vaste plaats onder de druivelaar op een toebakmat.(verpakking van vreemde tabak.)
Naar het schijnt groeit men goed van water, want als het regende was het toch zoveel plezanter om buiten te spelen of onder de trap. In de serre was het immers altijd van : "Pas op voor dit" of "Pas op voor dat". En als ge met zoveel zijt, is er altijd één die iets mispeutert. Bij regenweer zijn alle kinderen immers nerveuzer.
 

Kuisen op vrijdag

E-mail Afdrukken PDF
De kuisdag begon eigenlijk reeds de vrijdag na de noen. Dan werden de slaapkamers aangepakt met een drogen dweil over een borstel en werd de ‘gecireerde’ vloer tot blinken gebracht, de beddens werden opgemaakt en soms eens de vensters gewassen. Maar dat was een gevaarlijke bedoening met die hoge vensters. DweilenZodat papa telkens moest helpen. En dan nog met een houten ‘trapken’. De trappen op de gang waren bekleed met een loper en die werd met een handborstel bewerkt. Niet dat die vuil was maar de wollige trap moest ontdaan zijn van voetsporen. De gang van ’t verdiep kreeg ook een wreef van de cireerborstel. De trappen naar beneden waren van geverfd hout en kregen hun deel van een halfdroge dweil.
De vensters kregen zeker om de vier weken een spons en ‘zeemlerken’ te zien en ge kon er op wedden, in de zomer, als het in geen weken had geregend, dan moest ge maar uw ‘zeemlerken’ afleggen of het was van dat, regenen, en dan nog met wind, omdat de ramen goed nat zouden zijn. Maar ze hadden hun part gehad en ’t bleef zo.
 


Pagina 10 van 24